Voor een groene keuze is elektrisch koken en bakken meestal de betere optie — zeker als je elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt.
Gas of elektrisch?
Koken op gas lijkt soms duurzaam omdat een gasfornuis snel reageert en weinig elektriciteit gebruikt. Maar aardgas is een fossiele brandstof. Bij het verbranden ervan komt CO₂ vrij. Bovendien kunnen gasfornuizen de luchtkwaliteit binnenshuis verslechteren.
Elektrisch koken heeft een belangrijk voordeel: elektriciteit kan steeds duurzamer worden opgewekt. Vooral inductie is interessant, omdat de warmte rechtstreeks in de pan wordt opgewekt. Daardoor gaat er relatief weinig energie verloren.
Voor bakken geldt iets vergelijkbaars: een elektrische oven is doorgaans de logischere keuze wanneer je van fossiele brandstoffen wilt afstappen.
De groene keuze in het kort
| Gas | Elektrisch | |
|---|---|---|
| Fossiele brandstof | ❌ Ja | ❌ Niet noodzakelijk |
| CO₂-uitstoot tijdens gebruik | Hoger | Lager bij groene stroom |
| Energie-efficiëntie | Lager | Hoger, vooral inductie |
| Luchtkwaliteit binnen | Minder gunstig | Beter |
| Duurzame toekomst | ❌ | ✅ |
Mijn keuze voor een groene keuken: inductie voor koken + een efficiënte elektrische oven voor bakken.
Maar er is nóg iets interessants: voor het klimaat maakt wat je kookt en hoe je kookt soms minstens zoveel verschil als de keuze tussen gas en elektriciteit. Een deksel op de pan, de juiste panmaat en niet onnodig voorverwarmen kunnen verrassend veel schelen.

